Anders dan zijn tijdgenoten beschrijft Robert Schumann (18010-1856) in zijn pianomuziek de wereld om hem heen. We ervaren zijn kindertijd, zijn boswandeling en zijn uitbundige carnavalsfeesten. Soms horen we zijn nachtelijke angsten maar er is ook plaats voor rustgevende wiegeliederen.

Met behulp van de notennamen vormt hij woorden en gebruikt die als motto voor een nieuwe compositie, altijd op zoek naar een muzikaal verhaal.